vrijdag 23 januari 2009

post

In de wijk waar we wonen, Shanty-town, hebben alleen de grotere straten een naam. Onze straat is naamloos, dus we beschrijven de route altijd als volgt: sla vanaf Lema Road het weggetje in van de Panda-Chinees, 1e links, 2e rechts, 3e hek (wit met bladeren erin gevlochten). Geen huisnummers, geen postcodes, onze enige huiscodering is Plot (stukje grond) 20. Er is dus ook geen postbezorging. Rekeningen voor electriciteit en water worden huis-aan-huis gebracht, en verder hebben de rijkeren een postbus in de stad. We hebben geen brievenbus en krijgen nooit folders of gratis kranten. Er hoeft dus ook geen oud papier te worden opgehaald, want wat er is, gaat gewoon in de hens.

Bij het postkantoor in de stad zijn allemaal genummerde, groene brievenbusjes. Er past niet veel in, dus regelmatig ligt er een briefje in dat we een grote envelop of pakje bij de balie kunnen ophalen. En dan begint het:

  • we krijgen het gewoon mee, alles nog netjes dicht, of

  • we krijgen het mee, maar ze hebben er in gekeken, of

  • we moeten eerst “belasting” betalen (smeergeld, tot nu toe geweigerd, toch meegekregen), of

  • pakje blijkt er allang te liggen, ze hebben vergeten het briefje in de postbus te leggen, of

  • combinatie

Voorbeeld: afgelopen week konden we een pakje ophalen van Miriam en Rieke, o.a. een Sinterklaasboek. Gepost op 26 november, aangekomen in Moshi op 2 december, 20 januari briefje in de postbus.

Dus hebben we ons voorgenomen om af en toe maar langs de balie te gaan om te vragen of er nog pakjes voor ons liggen. Mocht iemand wat willen sturen uit Nederland: meld dat er iets aan komt en wij laten weten of we het ontvangen hebben.

(Knops / Kruit, P.O. Box 8475, Moshi, Tanzania)

We zijn altijd erg blij met pakjes uit Nederland, maar schrikken wel van de verzendkosten. Soms zit er wel bijna 20 euro aan porto op. Een vriendin van ons, A.W. uit S. weet hier wel raad mee. Van haar hebben we doosjes drop en sinterklaaslekkers ontvangen, met maar 5 euro aan postzegels. We waren natuurlijk erg benieuwd naar haar geheim. Haar tips:

  • Zet met koeie-letters het adres erop, liefst geprint

  • Géén afzender vermelden

  • Maak het pakje niet te groot, en zorg dat je het zelf in een brievenbus of postzak gooit, dus niet via een medewerker van het postkantoor.

Dit moet je alleen doen met spullen waarvan het niet erg is als het misgaat. A. stuurt al jaren op deze manier doosjes de wereld rond en het is tot nu toe goed gegaan. Blijkbaar wordt het nergens echt gecheckt. Maar als je het terecht vindt dat het zoveel kost, per slot van rekening gaat zo'n pakje wel de halve aardbol over, ja, dan moet je gewoon eerlijk zijn...

Anna was deze week erg verdrietig. Haar vriendinnetje Tyra, die een paar keer bij ons gelogeerd heeft en ook op de foto in de krant staat, gaat van school af. Ze kan niet wennen aan het intern zitten. Vandaar dat haar ouders besloten hebben om van een klein dorpje aan de Tanzaniaanse kust naar Dar es Salaam te verhuizen en haar daar op een dagschool te doen. Het was vooral moeilijk omdat het voor Anna nogal abrupt kwam en we niet goed afscheid hebben kunnen nemen. Toen kreeg Anna ook nog te horen dat ze op haar verjaardag op 26 februari, net als Gaspard's ouders hier zijn, 4 dagen op Fieldtrip gaat ergens in de bush, in de buurt van Lake Manyara. We hebben het maar verzacht met te zeggen dat ze waarschijnlijk nooit meer zo'n aparte verjaardag meemaakt, tussen de apen en de olifanten.

Over apen gesproken. Ik ging vanmorgen hardlopen op de sportvelden bij de school, werd ik achterna gerend door 2 baviaantjes. Ik had geen idee of ze wilden spelen, of me in m'n kuiten wilden bijten dus heb maar wat gesist en het op een lopen gezet. Dat zal je in Sibbe toch niet snel gebeuren.

Het heeft nog steeds niet echt geregend en de droogte beïnvloedt nu ook de stroomvoorziening. Bijna dagelijks valt de stroom voor enkele uren uit. Dus deze week was het voor de meiden weer huiswerk maken met een mijnwerkerslamp op hun kop. We laveren tussen ergernis en gelatenheid, roepen de ene keer PowerCut en de andere keer CutPower.

Gaspard wordt behoorlijk opgeslokt door het diabetes-project van het KCMC. Klopt het dus toch, wat er in de krant stond over het harde werken. Maar hij weet gelukkig nog tijd te vinden voor het zwemmen, hij zit inmiddels op 62 baantjes in het 25-meterbad van het zwembad. Dat wordt binnenkort nieuwe overhemden kopen op de tweedehandsmarkt.


vrijdag 16 januari 2009

Verbazing

Stonden we zomaar plotseling in de krant! 's Avonds beantwoordde Gaspard een paar vragen per mail, en de volgende dag stond het er al in. Zo'n hoog tempo zijn we niet meer gewend. Maria en Isabelle vonden het wel jammer dat niet zij, maar het vriendinnetje van Anna op de foto stond. En dat harde werken valt wel mee, als je het vergelijkt met de druk die er in Nederland altijd was. Al met al een leuk artikel, vonden we.

Over 6 weken, op 1 maart, is de Kilimanjaro-marathon. Gordana, degene die me overgehaald heeft om de marathon te lopen, heeft besloten om toch maar de halve te gaan doen, omdat ze te weinig heeft getraind. Ik baal er wel een beetje van, want nu ken ik verder niemand die de hele gaat doen. Toch ben ik vastbesloten, het is “now or never”. Ik zit aardig op schema, voor zover aanwezig. 2 uur lopen gaat nu fluitend, dat moet naar 3, en de laatste 1,5 uur moet maar op doorzettingsvermogen en aanmoedigingen. Van Chris en Marcel heb ik een strak looptenue en gel-energiesachets gekregen, en mijn schoonouders komen nog nieuwe loopschoenen brengen. Dus het moet lukken. De marathon begint om 6.30 en vanaf 8.30 wordt het echt warm. Het stuk tussen 20 en 30 kilometer gaat omhoog, en daarna hetzelfde stuk weer naar beneden. Menig ervaren marathonloper zal nu wel zitten fronsen over zoveel naïviteit, maar ach, dit is Afrika. Ik kan altijd gaan wandelen.

Nu over een aantal verbazingen.

Een tijdje geleden schreef ik een stukje over Libe, het weesmeisje dat bij onze medewerkers Solomon en Violet woont, achter in onze tuin. Ze zou eigenlijk naar school gaan, maar wat blijkt nu, ze kan niet worden ingeschreven want ze heeft geen geboortecertificaat. We wisten al dat S en V de datum van haar verjaardag niet kenden, maar nu blijkt ze dus eigenlijk niet te bestaan. Ook in haar geboorteplaats is ze niet geregistreerd. Onze oplossing: we kopen een certificaat. Tenslotte valt hier alles wel te regelen, als je maar betaalt. Maar volgens Solomon kan dat niet. Dit is nu zo'n voorbeeld van geconfronteerd worden met een probleem, waar ik van tevoren nooit bij stil heb gestaan. En Libe zal de enige niet zijn. In feite is het niet-geregistreerd zijn een enkeltje armoede.

Nog zoiets: afvalverwerking. Je ziet hier nooit een vuilniswagen zoals wij die kennen. Er wordt veel in tuinen en langs de weg verbrand. Maar wat gebeurt er met plastic en blik, en andere moeilijker afbreekbare materialen? Violet neemt gewoon altijd ons zakje afval mee en verder verdrong ik de vraag waar het eigenlijk bleef. Tot Gaspard me op een ochtend meenam naar het stuk tuin achter hun huisje. Een soort vuilnisbelt. Verspreid lagen plastic waterflessen, lege vruchtensapverpakkingen, blikjes, noem maar op. Grotendeels van ons. Toevallig liep ik net yoghurt te lepelen uit een plastic verpakking. Toen het leeg was, zei Gaspard: “zo, gooi het er maar bij”. Maar ik kón het niet, zomaar iets op die afvalberg smijten. Nee, liever gooi ik het in het zakje in de keuken en wil niet weten waar het blijft. Behoorlijk confronterend. Daarna heb ik me er natuurlijk wel in verdiept waar het naartoe moet. Verspreid in de stad staan grote containers waar je restafval naartoe kunt brengen. Die containers schijnen naar een vuilnisbelt ergens buiten de stad gebracht te worden. Samen met Solomon hebben we met de pick-up van Christine een flink aantal zakken weggebracht. Enorme rotzooi en stank rond die containers natuurlijk. Het schijnt dat er mensen zijn die alle plastic waterflessen eruit vissen voor een klein bedrag aan statiegeld. Maar wat me ook verbaast is dat Solomon dit gewoon liet gebeuren, ik zou het volstrekt onacceptabel vinden om met andermans afval te leven. Overigens hebben we hier wel stukken minder restafval dan in Nederland, omdat er maar weinig is voorverpakt.

Nooit gedacht dat ik op een flinke regenbui zou gaan hopen. De kleine regentijd in november heeft niets om het lijf gehad. Dit heeft consequenties voor de waterbevoorrading vanuit de stad naar de huizen. Gisteren zaten we dus plotseling zonder water. Gelukkig konden we vanuit een ander kraantje nog wat voorraad aanleggen. Vandaag zijn we begonnen met water oppompen uit een ondergrondse voorraad in de tuin, ongeschikt voor consumptie, maar wat we wel kunnen gebruiken voor de toiletten, afwas, douche en wasmachine.

Gaspard kwam er net achter dat als we de warmwater-boiler uitzetten, we minder snel van internet gegooid worden, dat scheelt namelijk 15 volt. Op de stopcontacten staat meestal geen 220 volt, maar meestal variërend tussen 100 en 190.

Ja, als je tijdje hier woont ga je de vanzelfsprekende aanvoer van electriciteit en water wel weer waarderen.

Vandaar dat Gaspard ook al veel energie heeft besteed aan het aanleggen van een zonneboiler op het dak. Want er is geen gebrek aan zon! Met een paar fundi's heeft hij een bak aangelegd waar 400 liter water in kan worden opgewarmd. Om het 's nachts niet teveel te laten afkoelen, moeten er kanaalplaten op worden gemonteerd. En omdat die hier niet te krijgen zijn, moesten ze uit Nederland komen. Dat had nogal wat voeten in aarde, want Gaspard had het vrij laat aan Marie-José doorgegeven. In de hectiek van hun vertrek moest zij dus ook nog 'ns 5 bouwmarkten aflopen, tot overmaat van ramp zonder resultaat. Dus MJ heeft het weer aan Chris overgedragen, die ze uiteindelijk heeft meegenomen. Het was een grappig gezicht toen ze aankwamen vanaf het vliegveld, in de Suzuki: Chris en de kinderen op de achterbank met hun hoofden onder een paar plastic platen. Het voelt goed om een natuurlijke bron van energie te gebruiken. De solar-oven, made by Gaspard, bestaande uit een constructie van karton en aluminiumfolie gaan we ook binnenkort gebruiken. Een soort AGA, je zet er 's morgens een pannetje rijst in en 's middags is het klaar.

Yes! Er vallen wat druppeltjes uit de lucht!





zondag 11 januari 2009

Peponi

Voor het eerst sinds 3 weken zijn we weer met z'n vijven. De vrouwen hebben het een beetje moeilijk. Vrijdagavond afscheid genomen van Chris en Marcel en de kinderen, en jaloers op het mooie winterweer in Nederland. In gedachten zie ik een strakblauwe hemel boven Noordhollandse weilanden en grijsglanzend bevroren sloten, en hoor ik het gekras van schaatsen op het ijs. Dit heimwee-gevoel had ik al een beetje sinds ik in Limburg woon wanneer het kwik onder 0 daalde, maar nu is het natuurlijk een graadje sterker. In Tanzania zijn we beland in de heetste tijd van het jaar. De meeste dagen is het boven de 30 graden en bij het minste geringste breekt het zweet je uit. In ruil voor kofferruimte voor de souvenirs, hebben we handdoeken en lakens gekregen van onze gasten. Want daar hadden we echt een tekort aan met die warmte.
Vandaag zijn we teruggekomen van de kust, gelogeerd bij Peponi, met voor beide gezinnen 4 nachtjes een “familybanda”. Het complex ligt pal aan het strand, er is een heerlijk zwembad en een restaurantje waar je versgevangen vis kunt eten. De auto's zijn het terrein niet af geweest. We hebben gewandeld, gezwommen, gelezen, gegeten, spelletjes gedaan, schelpen gezocht, kortom zeer relaxed allemaal. Marcel, Ipo, Seb, Anna en Gaspard zijn nog een ochtend gaan vissen met een dhow, een vissersbootje, niks gevangen maar wel bijna...
Het hele uitje was bijna in het water gevallen. Solomon had de dag voor vertrek 14 uur aan de Mitsubishi Pajero gewerkt om 'm rijklaar te maken. We waren Moshi nog niet uit of Gaspard ontdekte dat-ie olie lekte. Dus we moesten terug naar huis. Terwijl Solomon de auto nakeek, ging zijn telefoon. Het was Jean, zijn zus, die vlak in de buurt was. Van Jean hebben we in het begin van ons verblijf hier de Toyota Hilux mogen lenen. Binnen een minuut stond ze op het erf, Solomon vroeg haar of we van auto konden ruilen, en ze zei ja! Dus even later konden we met onze Suzuki en Jean's Hilux toch op pad. We hadden een overnachting geregeld in een hotelletje in de Usambara-mountains, halverwege de weg naar de kust. We zouden 's middags een wandeling gaan maken met een gids. Dat liep helemaal in de soep, want we vertrokken al veel later dan de bedoeling was, en toen kreeg de Hilux onderweg ook nog een lekke band. Na veel gepruts met een te kleine krik in de brandende zon, konden we weer verder, maar we kwamen pas eind van de middag aan in de bergen. De kinderen natuurlijk blij dat de wandeling niet doorging.
Op Peponi hadden we donderdagochtend nog een wildwest-ervaring. Marcel en ik hadden een stuk hardgelopen en toen we terugkwamen zat iedereen in z'n banda. Het bleek dat Denys, de eigenaar van Peponi, in z'n auto onderweg naar Tanga was beschoten, vlakbij waar Marcel en ik waren gekeerd om terug te gaan naar Peponi. Behalve de schutter, lagen er 4 handlangers in de berm klaar om te assisteren bij de overval. Denys, de 70 gepasseerd en sinds 1946 in Afrika, gaf echter een flinke dot gas, reed de schutter aan en scheurde weg. Hij belde meteen naar Peponi, waar flinke stress ontstond bij het personeel en iedereen naar de banda werd gestuurd. De politie zei later dat hij de schutter beter meteen dood had kunnen rijden. De theorie is dat iemand van de medewerkers de dievenbende heeft ingeseind op het moment dat Denys van Peponi vertrok. Waarschijnlijk dachten ze dat hij veel geld naar de bank ging brengen, omdat alles volgeboekt was geweest in de kerstvakantie.
Onze terugreis op vrijdagmorgen ging probleemloos. Aangekomen in Shantytown bleek dat het verhaal over de overval Moshi reeds bereikt had, maar dan in een wat ergere versie: er waren 3 overvallers met mitrailleurs op Peponi zelf geweest, en het werd iedereen afgeraden om er naartoe te gaan...
Solomon heeft 's avonds Chris en Marcel naar het vliegveld gebracht met, eindelijk, de Pajero. Het was onze bedoeling geweest om deze 3 weken met de gasten de beschikking te hebben over 2 auto's, maar dat is dus op z'n Afrikaans om allerlei redenen mislukt. Nou ja, uiteindelijk zijn we met af en toe een taxi en de Suzuki toch overal gekomen. Het record staat op 9 personen in de Suzuki, net een Dalla-dalla.
Het waren 3 heerlijke weken, vertrouwd en gezellig, en heel leuk om onze vrienden een inkijkje te geven in ons leven hier. Aanstaande woensdag is, na 3½ week, de kerstvakantie afgelopen en begint het drukke leven weer, ahum.

zaterdag 3 januari 2009

Safari

Terwijl in Nederland de mensen op de schaats stonden, zaten wij met 6 volwassenen en 8 kinderen bij ruim 30 graden in 2 Toyota Landcruiser Safari's. Het bijzondere aan een safari-auto is dat er opening gemaakt kan worden in het dak, zodat je kunt gaan staan om dieren te zien.

We zijn de afgelopen dagen in 3 nationale parken geweest in Noord-Tanzania. Het gebied is heel dun bevolkt en er wonen vooral Masai, in zogenaamde boma's, een kring van hutjes binnen een omheining van een rieten muurtje. De eerste 2 nachten sliepen we in een tentenkamp, in 3 grote safaritenten met zelfs een badkamertje, net buiten Tarangire National Park. 's Nachts kon je de hyena's horen. Overdag deden we game-drives zoals dat heet, dieren spotten met de auto. We zagen olifanten, giraffes, zebra's, impala's, en nog veel meer dieren, te veel om op te noemen. Tarangire is vooral een savannelandschap, in tegenstelling tot Lake Manyara National Park, waar we op dag 3 doorheen zijn gegaan. Lake Manyara heeft veel meer tropisch regenwoud en water, dus daar zagen we vooral apen, vogels en nijlpaarden. Een paar apen vonden ons er wat verhit uitzien en trakteerden ons vanuit een boom op een urine-douche, heel attent.

De derde en vierde nacht logeerden we in de Bougainvillea-Lodge, in 7 kamers rondom een zwembad. Dat zwemmen was natuurlijk geweldig, na een dag zweten in een stoffige auto.

Op de vierde dag zijn we de Ngorongoro-krater ingereden. Een heel bijzonder landschap, een vlakte omringd door een bergrand, vol met dieren o.a. gnoe's, zebra's, buffels, wilde zwijnen, antilopen. Dorien en Isabelle hebben daar een kleine aanvaring gehad met een buffel. Ze gingen plassen in de bosjes, en hoorden plotseling een luide brul en hoefgetrappel. Snel broek omhoog en rennen! Hij liep even achter Isabelle aan en maakte toen gelukkig rechtsomkeert. De meiden waren compleet overstuur. Maar na verloop van tijd werd het natuurlijk een goed verhaal. Eigenlijk hadden de gidsen even een check moeten doen voordat iedereen ging plassen. Gaspard heeft nog voorzichtig wat feedback gegeven, maar dat werd niet echt op prijs gesteld.

Een absoluut hoogtepunt was het aanschouwen van een troep leeuwen met kleintjes. In eerste instantie op zo'n 50 meter, maar later gingen ze op pad om een prooi te vinden. Enkele leeuwinnen kwamen vlak bij de auto. We hebben nog een tijd gewacht of ze echt tot de aanval over zouden gaan, maar dat duurde te lang. Misschien was dat ook wel een beetje te heftig geweest voor ons stadsmensen.

Het is opvallend hoe weinig de dieren zich aantrekken van de safari-auto's. Vooral in de krater was het op sommige plekken behoorlijk druk. Bij zo'n leeuwenplek staan dan toch al gauw 10 auto's. Maar het lijkt alsof ze de auto's zien als een andere diersoort, waar ze zich verder niet door bedreigd voelen. Behalve in Tarangire, daar rende een boze moeder-olifant een stukje achter 1 van onze auto's aan.

Oudejaarsavond vierden we in de lodge. Heel stom, maar we hadden het vuurwerk in Moshi laten liggen. Er werd aangekondigd dat er een groep traditionele dansers zou komen optreden. Dus we dachten dat dat wel zo'n domme toeristenattractie zou worden met schaarsgeklede brullende krijgers, maar dat viel erg mee. Eigenlijk waren het gewoon zo'n 20 dorpelingen die kwamen trommelen en dansen. Wie mee wilde doen, deed mee, zonder enige dwang. Ook het hotel-personeel rende af en toe de dansgroep in om even mee te dansen. Zo ook de nachtwaker, op rubberlaarzen en met zaklantaarn. Tussendoor hebben we met wat collega-toeristen uit Frankrijk en Amerika liedjes gezongen, zoals Vader Jacob in canon. Tegen twaalven riepen we tegen de hotelchef dat we moesten gaan aftellen. Maar dat vond ie niks, hij zei dat we gewoon door zouden dansen en dan merkten we vanzelf wel wanneer het 12 uur zou worden. Dus om ongeveer 10 over 12 begonnen sommigen elkaar toch maar 's voorzichtig Happy New Year (heri ya mwaka mpya!) te wensen. Er was geen enkele knal of pijl in de verre omtrek te bekennen.

Om 1 uur hebben we op de hotelkamer nog even 2 flessen champagne van Schiphol soldaat gemaakt. Al met al een bijzondere en warme jaarwisseling.

De volgende dag reden we terug naar Moshi. Eén van de auto's kon door een probleempje nog maar gemiddeld 30 km per uur, dus we deden er de hele dag over. De kinderen hebben zich overigens prima gedragen, want het was af en toe niet makkelijk om zolang en zo vaak in de auto te zitten.

Onderweg maakten we nog een stop in Arusha, waar we een andere auto hebben opgehaald, een Mitsubishi Pajero. De Suzuki is toch wat te beperkt voor deze omgeving. De toestanden met de autoverkoper en de bank verdienen een eigen verhaal, want het ging allemaal niet erg soepel, maar dat wordt te langdradig.

Ondertussen zijn we alweer zo ver in de tijd dat MJ, Luuk en de kinderen vanavond de terugreis gaan aanvaarden, 10.000 kilometer naar het noorden met een temperatuursverschil van 35 graden. We hebben een heerlijke tijd gehad met z'n allen. Maria is ondertussen 6 jaar geworden en had het geluk om veel visite uit Nederland te krijgen. In Tarangire was het personeel zo lief om een verjaardagstaart voor haar te maken.

De foto's van de safari zullen we binnenkort op de weblog plaatsen. We hebben er in totaal zo'n duizend waar we uit kunnen kiezen, want zelfs kinderen maken tegenwoordig digitale foto's. Veel van hetzelfde natuurlijk, want iedereen wil alles er op hebben. Onze batterij was halverwege leeg en we hadden de oplader vergeten. Eigenlijk gaf dat wel rust, gewoon lekker kijken zonder te bedenken hoe je iets zo goed mogelijk op de foto krijgt.

Morgen vertrekken we met Chris, Marcel, Ipo en Seb naar de bergen en de kust, want zij hebben nog een weekje Tanzania voor de boeg.

Voor iedereen die dit leest een Gelukkig 2009 en ik kan het niet laten om te zeggen dat ik erg blij ben dat ik niet naar allerlei nieuwjaarsrecepties hoef, waar je niet weet wie je nu wel en niet moet zoenen.