dinsdag 7 april 2009

Zanzibar 2

Vorige week zaten de bejaarden dus met de kinderen op Zanzibar. Als je een jaar in Tanzania zit, mag je dat beroemde huwelijksreis-eiland natuurlijk niet missen. Hoewel we op een erg leuke plek zaten, vonden we Zanzibar wel wat minder bijzonder dan we hadden verwacht. Het Kilima Kidogo Guesthouse, een B&B gerund door een erg aardige, Zuidafrikaanse vrouwen-tweeling van middelbare leeftijd, was prima. Het ligt pal aan het strand en we konden gebruik maken van het zwembad van het hotel ernaast. En laat dat nu toevallig het hotel zijn, waar mijn ouders 4 dagen hebben gezeten, Hakuna Majiwe. Dat betekent letterlijk “geen stenen”. Stenen waren er inderdaad niet, maar er lag wel veel zeewier op het strand. Het was net boven de 30 graden, maar de hitte is moeilijk te verdragen door de hoge vochtigheidsgraad. Bij het weerbericht wordt ook de gevoelstemperatuur genoemd, die lag dan rond 37 graden. Het zand is zo wit, dat je midden op de dag bijna sneeuwblind wordt. Onze meiden worden al echte Afrikaantjes, zodra de temperatuur onder de 25 graden komt hebben ze het koud. Het is duidelijk regentijd aan het worden, af en toe regende het flink en er waren weinig toeristen.
Nu even over Zanzibar zelf. De prijzen liggen hoger dan in de rest van Tanzania en toch is alles minstens zo armoedig. Ook ligt er meer troep op straat. Ondernemers moeten zowel aan het Zanzibariaanse bestuur als aan de Tanzaniaanse regering belasting betalen. En die bestuurders zorgen vaak vooral goed voor zichzelf. De kust is mooi en het oude gedeelte van Zanzibar-stad, Stonetown, is voor Afrikaanse begrippen bijzonder. Het eiland is bedekt met struiken en palmen, niet indrukwekkend maar wel groen. 95% van de bevolking is Moslim en bijna iedere vrouw draagt een hoofddoek wat een kleurrijk beeld oplevert, alhoewel ik er zelf met gemengde gevoelens naar kijk. De mensen zijn heel vriendelijk, hoewel we in Stonetown af en toe gek werden van de mannetjes die van alles aanbieden. Eentje wilde me een leesbril verkopen! De botterik.
Heel indrukwekkend in Stonetown was de Slavenmarkt. We hebben de kelders gezien waar de slaven werden vastgehouden voordat ze verkocht werden. Na afschaffing van de slavenhandel is er een kerk gebouwd op de plek waar de Slavenmarkt altijd werd gehouden. Het doopvont staat op de plek waar kinderen werden omgebracht als de ouders waren verkocht, afschuwelijk. Wat erg grappig was, is dat in de kerk 4 pilaren in feite op hun kop staan. Het verhaal is dat de architect een paar dagen weg was, en dat de Fundi (zie weblog over Fundi) de sokkel bovenop de pilaar hebben gemetseld, in plaats van eronder. We kunnen ons helemaal voorstellen dat dit in Tanzania kan gebeuren.
Gaspard en ik hebben samen een eco-cultural tour gemaakt. We weten nu waar de kokosnoot allemaal voor gebruikt wordt en hoe een zeewier-plantage eruit ziet. (wat hoor ik daar? Gaap?) Ook hebben we een vierde generatie medicijnman ontmoet. Hij heeft ons allerlei geneeskundige planten laten zien. Eén ervan is een soort viagra-plantje. De gids vertelde ons dat dat gebruikt wordt als de “boss lazy is”. En dat hij, na een drankje met het plantje erin opgelost, weer naar de “office” kan. Huh? Oh!
In Paje, een dorpje vlakbij, kwamen we een jongen tegen, Mussa, die aanbood kokosnoten voor ons uit de boom te plukken. Tja, je realiseert je tot dan eigenlijk niet hoe al die kokosnoten naar beneden komen. En inderdaad, hij klom 20 meter omhoog, en even later zaten wij kokosmelk te drinken, verser kan niet! Het was een ondernemend ventje van 16 jaar (pasgetrouwd!), want de volgende dag regelde hij een paar zussen voor ons die bij de meiden een henna-tekening hebben gemaakt en bij Anna afro-vlechtjes. En 's middags kwam hij aan met een vriend met een dhow (heel smal vissersbootje) waar Anna, Gaspard en ik mee zijn gaan snorkelen. Prachtige vissen gespot, alsof we bij Robert Knops Vijver en Dier door een aquarium zwommen. Anna heeft zelfs een schorpioenvis gezien. En als toetje een prachtige zonsondergang. Aan het eind van de week moesten de meisjes toch wel toegeven dat ze een heerlijke vakantie hadden gehad. Maria en Anna hadden vooral erg genoten van de televisie want die hebben we in Moshi niet, en Isabelle van het draadloze internet.
Mocht het eilandbestuur ons advies vragen, dan zouden we zeggen: pomp geld in de aanblik van de dorpen. Zorg voor wat leuke terrasjes en winkeltjes, en doe aan sociale woningbouw, want de meeste mensen wonen in krotten. Dan zou het eiland echt nog aan populariteit kunnen winnen. Maar ja, ons wordt niks gevraagd...
Momenteel zitten we in Dar es Salaam, de informele hoofdstad van Tanzania. De echte hoofdstad is namelijk Dodoma, maar daar schijnt niet echt veel te gebeuren. Volgende weblog meer over deze stad.